• Bètacoach: leren in een nieuwe rol

    by  • January 24, 2013 • Artikelen, Uncategorized

    POSTED ON 

    Een bètaloopbaan, of een loopbaan in het onderwijs, zijn niet direct de meest voor de hand liggende toekomstdromen van jongeren in Nederland. Als ‘Bètacoach’ kregen leerlingen die (bij aanvang van het project) niet bijzonder uitblonken in wiskunde een boost doordat zij brugklassers gingen coachen bij wiskunde. Dit deden zij in het kader van hun maatschappelijke stage.

    Leerlingen op de havo zijn veel beter in bèta dan je zou vermoeden op grond van hun pakketkeuze, bleek enkele jaren geleden uit onderzoek van Annemarie van Langen. Het talent voor exacte vakken is wel degelijk aanwezig, maar wordt door veel leerlingen niet benut. Een belangrijke factor hierbij is het ontbreken van zelfvertrouwen in de bètavakken.

    Leg eens uit!

    Internationaal onderzoek toont aan dat door een bepaald begrip uit te leggen je opnieuw je eigen kennis construeert, waardoor deze steviger verankerd wordt en zich makkelijker verbindt met nieuwe informatie. In een overzichtsstudie naar effectieve onderwijsstrategieën van John Hattie scoort ‘rolwisselend onderwijs’ hoog in de top 10. Leerlingen zullen een nieuw onderwerp beter leren wanneer zij – voor hen in principe bekende – kennis nog eens herhalen en uitleggen aan andere leerlingen. Meestal zijn het alleen de betere leerlingen die de gelegenheid krijgen om uitleg te geven. Juist ook zwakkere leerlingen zouden hier profijt van kunnen hebben. Iedereen is immers expert in een bepaalde context, je bent altijd verder dan iemand die een paar jaar jonger is. Agnes Vosse heeft in haar onderzoek het gunstige effect op leerresultaten laten zien van leerlingen die elkaar begeleiden bij rekenen op de basisschool. De effecten bleken extra sterk wanneer deze leerlingen intensief getraind werden in het begeleiden van de jongere leerlingen.

    Pilot

    In het voorjaar van 2010 ontwikkelden de auteurs bij het Centrum voor Nascholing Amsterdam het project ‘Bètacoach’. In september 2010 startte een pilot van dit project op het Carte laag zelfvertrouwen in de bètavakken coach te laten worden van vier tot vijf brugklassers in de wiskundeles. Eenmaal per week kwamen de bètacoaches bij de brugklassers in de les, voorbereid door hun docent, om met een groepje leerlingen te werken. Het was een hele uitdaging: 30 brugklasleerlingen in het lokaal, 6 coaches erbij en in het geval van deze pilot een observator. Zou dat niet veel te vol worden? Niets bleek minder waar, ineens was er een ideale wiskundeles waarin de docent het overzicht en de lijn uitzet en alle leerlingen actief zijn. De les werd gestart – zoals gewoon- lijk – door de docent voor het bord, met een pakkend probleem, een nieuw begrip of een uitgewerkt voorbeeld. Daarna gingen groepjes leerlingen met hun bètacoach aan de slag. Die hielp hen bij het nakijken van het huiswerk en het maken van nieuwe opgaven. Opgaven die lastig zijn, werden besproken. Voor de bèta- coaches zelf was het niet altijd even makkelijk om alle vragen te beantwoorden. Hoe goed ze zich ook voorbereid hadden, de vragen van de brugklassers zetten hen aan het denken. In de loop van de les hadden zij meestal even ruggespraak met elkaar en met hun docent. Naast de directe begeleiding van leerlingen hebben de bètacoaches ook geholpen met het nakijken van toetsen.

    Ervaringen

    Wat heeft de pilot voor inzichten opgeleverd? Tijdens de evaluatie noemden de brugklassers specifieke wiskundige aandachtspunten waar de bètacoaches hen op hadden gewezen; bij- voorbeeld welke aanduiding krijgen de assen van een grafiek? Ook gaven ze aan dat ze meer vragen durfden te stellen dan voorheen. Een brugklasser schreef na afloop van een les met een bètacoach:‘…als je iets niet begreep kon je het gewoon vragen. En er werd meer aandacht aan je besteed als je iets niet begreep. Je kon de hele tijd vragen stellen. En ik begreep het veel eerder dan dat het voor de klas wordt uitgelegd’. Een andere leerling noemde dat hij zich tot zijn verba- zing beter kon concentreren met een bètacoach in de buurt.

    Ook de bètacoaches zelf zijn erg enthousiast. Sommigen van hen hadden niet gedacht dat ze het zouden kunnen. Hun zelfvertrouwen is gegroeid en dat heeft niet alleen te maken met de rolwisseling. Ze merken ook dat het heel leerzaam is om de basisstof te herhalen. Bovendien heeft het project effect op de eigen wiskundelessen: bètacoaches vinden zelf dat ze actiever zijn geworden. Medeleerlingen die geen bètacoach zijn, zien dat ook.

    De inbedding in de maatschappelijke stage, waar leerlingen dertig uur aan besteden, maakt dat bètacoaches verplicht zijn niet alleen de lessen te geven, maar ook extra uren besteden aan training en voorbereiding buiten schooltijd. De stage wordt uitgesmeerd over een half jaar. Het inroosteren van de lessen vraagt een uur waarop de 3e klassers vrij geroosterd kunnen worden en de brugklassers les hebben.

    Vliegwiel

    Bij het voorbereiden van de bètacoaches is het belangrijk dat de focus van de les glashelder is. Een van de docenten in de pilot gaf de bètacoaches per les een klein aantal concrete punten om op te letten bij de leerlingen. In het geval van grafieken tekenen: 1) staan de namen bij de assen 2) is er met potlood gewerkt 3) staan de waarden goed bij de assen 4) zijn de punten op de grafiek goed getekend. Tijdens het zelfstandig werken in de les hoeft de docent niet alle vragen van leerlingen zelf te beantwoorden. De bètacoaches vangen de eerste vragen van leerlingen

    op en wanneer ze er niet uitkomen, komt de docent erbij. Deze heeft het overzicht over de les en observeert uiteraard ook wanneer het goed gaat en geeft dan complimenten. Voor docenten is het werken met bètacoaches een vergrootglas van het eigen lesgeven en daarmee een vliegwiel voor professionalisering.

    De vraag wordt wel eens gesteld of leerlingen dit wel kunnen. Wat gebeurt er als bètacoaches ‘verkeerde uitleg’ geven? Kan dat eigenlijk wel? Gerichte aanwijzingen voor de bètacoaches en aanwezigheid van de docent blijken goed te werken. Dat bètacoaches ook toetsen nakijken (on- der toeziend oog van de docent) maakt hen extra bewust van de eisen die aan leerlingen worden gesteld. Daarnaast is het feit dat een bètacoach ook wel eens het antwoord niet weet een goed voorbeeld voor de brugklassers: iedereen kent momenten waarop het inzicht ontbreekt, en dat zijn juist momenten om te leren.

    Toekomst

    Of de leerresultaten van de bètacoaches en de brugklasleerlingen omhoog zijn gegaan en of er ook echt meer bèta gekozen gaat worden is nu nog niet te overzien. Dat vraagt nader, langlopend onderzoek. De eerste ervaringen zijn hoopgevend. Duidelijk is dat zowel docenten als leerlingen hun beeld van bèta een nieuwe impuls geven. Het hele idee dat er leerlingen zijn die het niet kunnen en leerlingen die het wel kunnen, wordt radicaal overboord gezet. Worstelen met de stof, een probleem niet snappen is immers essentieel bij bèta, dat is waar iedere nieuwe ontdekking mee begint. Iedereen die zich actief in de stof verdiept, kan een bètavak leren.

     

    © Monique Pijls Dit artikel verscheen eerder in Van twaalf tot achttien, VAKblad voor voortgezet onderwijs.

    Pijls, M. & van Emmerik, H. (2011). Bètacoach: leren in een nieuwe rol. Van twaalf tot achttien,  6,24-25.